Politiek Dagboek

Beschouwingen van Raphael Smit over Politiek Amersfoort en Omstreken

EEN JAARINTERVIEW

 Het is ook een vorm van journalistiek. Je plukt een of andere idioot van straat en laat hem verbaal leeglopen. Niets aan toevoegen en je krijgt met een beetje geluk een mooie scheldpartij op wie dan ook. Veel lezers vinden dat wel boeiend, zeker zo rondom de feestdagen. Vrede op aarde, zullen we maar zeggen.

 Vorige week viste de redactie van de Amersfoortse Courant Hans van Wegen hiervoor op. Het raadslid dat een treurige eenmansfractie vertegenwoordigt maar desondanks zich nog steeds van het plurale ‘wij’ bediend. Geen Poetin, geen Berlusconi, nee de Paus zelve! Hij mocht uitleggen waarom de lijsttrekker die na de verkiezingen de grootste partij vertegenwoordigde, er ineens op z’n eentje bijzit. Uiteraard is dat de schuld van de anderen – wanneer zes mensen je met walging verlaten zou ook de gedachte moeten kunnen opkomen dat je misschien zelf oorzaak van het probleem bent. Maar dat terzijde.

 Normaal reageer ik niet op de onzin van de BPA-clown. Ik kan dat niet, ik laat dat liever over aan mensen die hebben gestudeerd voor de aanpak van dit soort patiënten. Maar ik werd de afgelopen dagen door te veel mensen aangesproken om het er ook nu bij te laten zitten. Dus toch maar enkele opmerkingen over de meest opvallende onzin en leugenachtigheden uit de mond van onze eeuwige Don Quichot.

 Wat mensen het meeste verbaasd is het feit dat ik, zo notuleerde de AC-verslaggever, nog ambities zou hebben voor het edele wethoudersschap in onze stad. ‘Je riep toch altijd dat je dat absoluut niet wilde!’ wordt mij tegengesproken. En zo is het precies. Als man van zeventig die zijn vrijheid geniet, ga je toch geen job zoeken waaraan je wekelijks zeker zestig uur moet besteden. Voor zo’n klus ga ik mijn gezondheid niet op het spel zetten.

 Wist de BPA-voorman dat dan niet. Natuurlijk wel, hij heeft er vaak genoeg bijgezeten wanneer binnen de BPA over mogelijke wethouderskandidaten werd gesproken en ik duidelijk voor de eer bedankte. Maar het smoelt wel lekker om een complottheorie te verkondigen waarbij Raphaël Smit, uiteraard werkende met een verborgen agenda, Ben Stoelinga zou hebben weggepest omdat ik zo graag zelf wethouder wil worden. Hou toch op met die onzin!

 Dat ik terloops wordt beschuldigd van liegen en bedriegen, klinkt uit de mond van Van Wegen als een gotspe. Wie werkelijk liegt en bedriegt, wordt duidelijk uit de opmerkingen van Van Wegen. Een voorbeeld. Over het door hem besteedde fractiegeld voor een hem ten dienste staande adviseur zegt hij: ‘Ik heb alle e-mails bewaard en alle rekeningafschriften, dus kan ik er volkomen open over zijn.’ Maar toen het onderzoekbureau Deloitte, op verzoek van onze burgemeester, financiële informatie over het fractiebudget gedurende de jaren 2008 en 2009 vroeg, gaf Van Wegen niet thuis; hij was de stukken kwijt. Linksom of rechtsom, een duidelijker vorm van liegen is nauwelijks te presenteren.

 Zo zijn er wel meer punten uit de verbale modderpoel die de Amersfoortse Courant over zijn lezers uitgoot. Maar ik hou er mee op. Ik zal zelfs geen aanklacht wegens smaad indienen want eigenlijk is Van Wegen een zielige man die alleen maar met zichzelf bezig is en niet in staat is om dingen in zijn omgeving waar te nemen die er echt toe doen. Laat maar!

 Uiteraard kan ik over mijn belevenissen binnen de BPA wel een boek schrijven. En waar de krant geen ruimte voor heeft, wil ik wel in voorzien. Voor diegene die geïnteresseerd zijn en er wel even voor willen zitten, volgt hieronder een onvolledige samenvatting van het nog niet geschreven boek over de BPA. De stijl waarin het is geschreven is wat apart, het verhaal was oorspronkelijk voor een andere persoon geschreven. Ik wil het een breder publiek niet onthouden!

 Enkele achtergronden bij de ontwikkelingen binnen de BPA

 Aanloop naar de verkiezingen

In de zomer van 2009 kwamen de eerste 15 BPA-raadskandidaten voor de verkiezingen samen met het bestuur bijeen in een conferentieoord aan de Dodeweg. Het ging om kennismaking, eerste discussie over het verkiezingsprogramma, de campagne, de vraag wat we zouden doen indien de BPA een mooie score zou maken (daar ging vrijwel iedereen van uit) en wie de mogelijke wethouderskandidaten zouden zijn.

 Ik heb tijdens die bijeenkomst betoogd dat de BPA geen collegeverantwoordelijkheid moet willen dragen. We hebben daarvoor geen kandidaten en we missen de meest fundamentele eigenschappen voor een coalitiepartij, zo betoogde ik. Ik zei dat mede op grond van alle heftige discussies binnen de fractie en de opstelling van partijleider Van Wegen. Eigenlijk was niemand het met mij eens.

 Bij de vraag wie er wethouderskandidaat zou zijn, heb ik verklaard geen enkele belangstelling te hebben. ‘Zeker niet met deze fractie,’ merkte ik daarbij wat provocerend op. Een opmerking waarop overigens niemand reageerde. Gerard Van Vliet bleek ook niet  warm te lopen voor een wethoudersfunctie. ‘En als ik beschikbaar zou zijn, dan alleen wanneer de BPA twee wethouders kan leveren. Met één wethouder lukt het je nooit om de cultuur binnen het college te veranderen,’ was zijn stelling. En terecht.

 Voor alle duidelijkheid: er heeft daarna nooit een cultuurverandering binnen de BPA plaatsgevonden waardoor Gerard noch ik tot een ander standpunt zijn gekomen. Intriges om alsnog op het stedelijke pluche te belanden, hebben nooit plaatsgevonden, beweringen in die richting zijn daarom ook uit de lucht gegrepen.

 De wethouder

Ben Stoelinga meldde zich kort daarop als wethouderskandidaat. Ik kende Ben overigens pas vanaf de bijeenkomst aan de Dodeweg, het was een goede kennis van Van Wegen. Ik vond Ben Spoeling een intelligente en charmante man, een mening die ik nog altijd ben toegedaan.

 Omdat Ben Stoelinga zich gedurende de campagne steeds meer als de enige wethouderskandidaat had ontpopt, werd hij na de (voor mij onverwachte) verkiezingsoverwinning onze kandidaat, en daarmee ook onze man bij de collegeonderhandelingen. We konden die rol moeilijk aan Van Wegen overlaten. Een probleem, dat we ons pas later goed realiseerde, was dat Ben nog nooit een fractievergadering had bijgewoond en we hem ook nog nooit tijdens raadsvergaderingen op de publieke tribune.hadden ontwaard. Feitelijk – en dat bleek aan het einde van de onderhandelingen maar al te duidelijk – was hij wat de Amersfoortse politiek betreft een vreemde in Jeruzalem.

 Dit realiseerde Ben zich ook wel, slim als hij is. In de maand voorafgaand aan de verkiezingen was daarom binnen de zogenaamde ‘strategiegroep’afgesproken dat, indien we aan de collegeonderhandelingen zouden deelnemen, Ben aan het overleg zou deelnemen en dat ik, gezien mijn achtergrondkennis, zijn secondant zou zijn. Dat wij zelfs leidend zouden worden in het overleg, konden we toen nog niet bevroeden

 Het was een wat vreemd besluit van de nieuwe fractie om toch Van Wegen naast Ben neer te zetten. Deze keuze werd vooral beïnvloed door een huilende Van Wegen die ineens merkte dat alle kritiek die voorafgaand aan de verkiezingen tegen en over hem was geuit, werkelijkheid was (tot dat moment had hij zich waarschijnlijk niet gerealiseerd dat mensen dingen over hem ook kunnen menen!). Het ging daarbij met name om het voorzitterschap dat hem werd afgenomen.

 De fractievoorzitter

Als fractievoorzitter was van Wegen een ramp. Hij las de stukken niet goed, bijzaken waren voor hem hoofdzaken en hij kon de fractievergadering niet voorzitten. Op het moment van mijn binnenkomst bij de BPA deed Gerard van Bedum dat, het laatste half jaar voor de verkiezingen werd die rol waargenomen door Sieta Koet.

 Het grootste probleem was dat Van Wegen een ongeleid projectiel was met wie moeilijk afspraken waren te maken. Waarschijnlijk omdat hij zich, geconfronteerd met zaken die langskwamen, niet eens realiseerde dat daarover afspraken waren gemaakt. Zijn ijdelheid en profileringdrang – die ver uitgaan boven dat wat bij een gemiddelde politicus is waar te nemen – degradeerde hem tot een Einzelgänger, in toenemende mate een ramp voor diegenen die met hem samenwerkten.

 Dit probleem speelde vooral tijdens de campagne. Dat deze werd gevoerd door een team, ten dienste van de BPA en niet uitsluitend ter meerdere eer en glorie van Van Wegen, was hem niet duidelijk. Kenmerkend was zijn opmerking, nadat hij weer eens een afspraak aan zijn laars had gelapt: ‘Ja, maar Raphaël stond al twee keer in de krant.’ Een probleem bij dat alles was ook dat hij eigenmachtig besluiten nam ten laste van het campagnebudget. Toen ik in januari het penningmeesterschap van de fractie overnam, stuitte ik op nog op openstaande rekeningen (die ik toen heb voorgeschoten en later door Van Wegen keurig zijn terugbetaald).

 Onder de overige leden van de fractie heerste steeds meer het gevoel: na de verkiezingen mag Van Wegen nooit meer fractievoorzitter worden. En – schijnbaar tot zijn verbazing – daaraan hielden wij ons. Na de verkiezingen werd Ben Stoelinga fractievoorzitter. Toen die wethouder werd, nam Ruud Schulten het van hem over. Ruud kwam echter regelmatig in conflict met Van Wegen (en misschien ook met onze wethouder, maar dat weet ik niet precies) en bedankte na enige tijd voor de eer. Kees Kraanen nam het stokje toen over, wat een noodgreep was want Kees was ook al voorzitter van de partij.

 Na het vertrek van Kees naar de VVD was er opnieuw een vacature voor het voorzittersschap. Wederom stelde Hans zich kandidaat, zonder enige steun hiertoe binnen de – inmiddels wat kleinere – fractie. Gerard Van Vliet wilde de functie niet, Onno al helemaal niet, waarop ik meedeelde dat, indien Van Wegen de enige kandidaat zou zijn, ik mij als tegenkandidaat beschikbaar stelde. Uiteindelijk werd afgesproken dat Gerard de formele voorzitter werd en dat ik mij met de organisatie van de fractie zou bezighouden. Dat was dus rond de jaarwisseling naar 2010.

 Het fractiebudget

Vanaf eind 2009 had de vereniging BPA feitelijk geen bestuur meer. De penningmeester was overleden, voorzitter Kees Kraanen was overgestapt naar de VVD en Onno Roelé vond dat hij als fractielid niet in het BPA-bestuur thuishoorde, hetgeen een correcte opstelling was. Onze fractieassistent Gijs Meerman was bereid het partijsecretariaat op zich te nemen, Gerd v.d. Weerd had intussen ad interim het penningmeesterschap op zich genomen en stond kandidaat voor die functie.

 Voor de ochtend van 17 januari had fractievoorzitter Gerard van Vliet de boogde penningmeester en secretaris voor de partij uitgenodigd. Er moest een ledenvergadering worden voorbereid waar de fractie zich moest verantwoorden voor de dramatische ontwikkelingen gedurende de voorgaande maanden (aftreden wethouder) en er moest een nieuw bestuur worden gekozen. Op zijn verzoek was ook Van Wegen hierbij aanwezig.

 Tijdens deze bijeenkomst merkte Gerd v.d. Weerd op verbaasd te zijn over regelmatige stortingen door een bureau uit Elspeet, in drie jaar tijd zo’n € 33.250. Van Wegen verklaarde hierop dat dit gemakkelijk was te verklaren: het bureau (Bolier) verrichtte werkzaamheden voor de fractie en declareerde dat. De afspraak hierbij was dat zo’n zestig procent van het gefactureerde en daarop betaalde bedrag zou worden doorgesluisd naar de verenigingskas.

Op de vraag wat dat dan voor diensten waren, kwam een vaag antwoord. Het zou onder meer gaan om adviezen aan Raphaël Smit ten behoeve van bestemmingsplanzaken. Ter informatie: ik wist nergens van, ik had nog nooit zinvolle adviezen van of via Van Wegen gekregen, laat staan dat ik de naam Bolier ooit had gehoord.

 ’s Avonds was er fractie en rapporteerde Gerard van Vliet over de bekentenis van Van Wegen. Ook toen kwam de vraag aan de orde: wat deed Bolier en waarom hebben wij nog nooit van hem gehoord. Van Wegen kwam met verschillende antwoorden, onder andere dat Bolier als een soort fractieassistent had gefunctioneerd, een bewering die hij ook in de AC van 28 december deed. Dat was op zichzelf al verbazingwekkend omdat in het najaar 2010 de fractie had besloten om Gijs Meerman als fractieassistent aan te trekken. Een opmerking van Van Wegen dat dit niet hoefde omdat we Bolier al hadden, is toen uitgebleven. Maar ja, Bolier was een persoonlijke adviseur voor Van Wegen, overigens wel op kosten van het fractiebudget.

 Melding bij burgemeester

De door Van Wegen beschreven gang van zaken rondom het fractiegeld en het gedraai van Van Wegen waren voor mij aanleiding om aan te kondigen dat ik hiervan melding zou doen bij de burgemeester. Gerard van Vliet sloot zich hierbij aan. Op te merken is dat ik als raadslid wettelijk verplicht ben om de burgemeester te informeren indien ik het vermoeden heb dat er een overtreding van regels plaatsvindt. Het nalaten hiervan is een overtreding waarvoor ik ter verantwoording kan worden geroepen.

 De volgende ochtend heb ik een afspraak laten maken bij de burgemeester, ’s middags hadden Gerard en ik het gesprek met hem. De burgemeester concludeerde dat er een overtreding zou kunnen zijn van de regels. Om de juistheid hiervan te kunnen beoordelen, was een nader onderzoek noodzakelijk. Overigens zou – in tegenstelling tot wat Van Wegen beweert – Albertine Van Vliet op gelijke wijze hebben gereageerd. Zij is juriste en weet waaraan zij zich schuldig maakt indien zij een melding van mogelijk overtreding niet serieus zou nemen.

 Bolsius sprak met ons af dat aan het onderzoek geen ruchtbaarheid zo worden gegeven, al was het maar omdat de BPA-fractie de voorgaande maanden al genoeg sores voor de kiezen had gehad. Dat hij op dit punt voorzichtig was, is terecht. Na overleg met zijn adviseurs werd Deloitte ingeschakeld.

 Het onderzoek van Deloitte verliep moeizaam. Vanuit de partij kregen de onderzoekers alle medewerking. Van Wegen verklaarde echter de financiële stukken van de fractie over de jaren 2008 en 2009 niet meer in bezit te hebben, hij wist niet waar ze waren. Vreemd dat te horen van een man die elke snipper papier bewaard! Zijn toezegging om in elk geval kopieën van de bankafschriften te verzorgen, verliep ook niet vlot. Hij kon ze pas overhandigen op de dag dat Bolsius het persbericht over de kwestie liet publiceren.

 Dit persbericht was noodzakelijk. Omdat Deloitte geen stukken van Van Wegen ontving, liep het onderzoek vast. Daardoor verstreek steeds meer tijd; regelmatig informeerde Gerard en ik bij de burgemeester hoe ver het met het onderzoek was. Wij voelden ons. lopend het onderzoek, in ons politiek handelen beperkt. Uiteraard ontving de burgemeester wel enige mondelinge informatie van Deloitte, maar daaraan kon geen formele status worden ontleend.

 Toen het onderzoek zich steeds meer voortsleepte, besloot de burgemeester alsnog het Openbaar Ministerie in te schakelen, uiteraard mede op basis van de mondelinge en schriftelijke informatie die hij tot dat moment had ontvangen. In het persbericht hierover werd melding gemaakt van een mogelijke overtreding, zonder daarbij een partij expliciet te noemen. Uiteraard gingen de media daarop op zoektocht en toen de redactie van de AC mij vroeg of de kwestie misschien de BPA betrof, kon ik niets anders dan dat bevestigen. Ontkennen zou in een later stadium mijn geloofwaardigheid hebben aangetast.

 Financiële controle

Hadden de fractieleden eerder, voor 17 januari van dit jaar, kunnen weten dat het grootste deel van het fractiegeld werd overgemaakt naar Bolier. Ik moet op dat punt voor mijzelf spreken. Allereerst, ik heb nooit een financieel verslag van de fractie gezien.

 De controle op de stukken verliep in twee fasen. Allereerst keek Gerard van Bedum, onze financiële fractiehulp, het financieel verslag. Zijn verklaring dat de stukken in orde waren, werd door de overige fractieleden, en in elk geval door mij, zonder commentaar voor waar aangenomen..

 Een tweede controle vond plaats door twee fractievoorzitters, die elk jaar de verantwoording van alle fractiebudgetten voor hun rekening nemen. Elk jaar worden daarvoor bij toerbeurt twee fractievoorzitters aangewezen. Deze dubbele controle was in elk geval voor mij aanleiding me niet in het financieel reilen en zeilen van Van Wegen te verdiepen.

 Hierbij speelt overigens nog een andere, meer emotionele kwestie. Binnen een fractie werk je samen op basis van vertrouwen. Dat vertrouwen gold uiteraard ook ten aanzien van het financieel beleid zoals dat onder regie van Van Wegen werd gevoerd. Feitelijk kan worden vastgesteld dat een nadere vraag de basis is voor wegvloeiend vertrouwen. Het is als in een huwelijk waar de echtgenoot de huishoudkas aan zijn geliefde echtgenote heeft toevertrouwd. Op het moment dat hij haar vraagt: ‘Kom eens over de brug met je kasboek,’ is de kiem gelegd voor een naderende echtscheiding. En zo was dat ook binnen de BPA-fractie!

 Eigen stichting

Wat gedurende de jaren dat ik lid was van de BPA-fractie mij steeds duidelijker werd is het feit dat Van Wegen geen teamspeler is. Voor hem is de BPA een persoonlijk instrument dat hem ten dienste staat om zijn eigen exposure te verbeteren. Dit kwam duidelijk naar voren toen het afgelopen voorjaar ineens bleek dat Van Wegen een nieuwe stichting had opgericht.

Deze stichting beheert de postbus van de BPA-fractie en is eigenaar van de site, mogelijk ook van de naam. De fractie wist niets van deze stichting, een kennis van Van Wegen attendeerde ons er op. Van Wegen weigerde daarop te fractie te informeren, de statuten van zijn stichting moest ik zelf bij de Kamer van Koophandel ophalen.

 Naast het feit dat door de stichting de fractie geen zeggenschap meer had over enkele elementaire instrumenten, bleek deze stichting ook nog een tweede doelstelling te hebben. Dat is het voeren van campagnes voor de BPA. In feite datgene dat de partij eerder deed. De indruk bij mij is dat Van Wegen hierdoor een financieringsconstructie voor een volgende verkiezingscampagne heeft opgezet waarbij anderen hem niet op de vingers kunnen kijken. De fractie was namelijk niet in het stichtingsbestuur vertegenwoordigd, alleen Van Wegen zelf!

Written by raphaelsmit

02/01/2012 at 21:13

Geplaatst in Amersfoort

Varia

6 juni – Leegstand kantoren

Dat de leegstand van kantoorruimte in onze stad zorgelijk is, is intussen wel bekend. Dit werd vandaag nog eens extra duidelijk in een bijlage van het Financiële Dagblad. Bij de stedelijke Top-25 van het aanbod kantoorruimte in vierkante meters staat onze stad op de achtste plaats, nog voor steden zoals Zoetermeer, Amstelveen, Zwolle, Apeldoorn, Groningen, Almere en Breda. Het FD vermeldt dat er in onze stad 168.164 vierkante meter leegstaande kantoorruimte wordt aangeboden. Op zich een verontrustend getal. Maar nog verontrustender is de leegstand in vierkante meters per inwoner, zoals in het FD-overzicht eveneens opgenomen. Dat bedraagt in onze stad 1,16 m2. In Apeldoorn is dat 0,85, in Groningen 0,65, in Almere 0,62 en in Breda 0,60. Zelfs in Den Haag en Rotterdam is het aantal vierkante meters aanbod per inwoners lager: resp. 0,94 en 0,97. Al met al genoeg reden tot zorg. Dit temeer omdat ook in het overzicht van het herontwikkelen van leegstand Amersfoort bedroevend laag scoort.

 4 juni – Amersfoort Garnizoensstad

 De hele geschiedenis van onze stad wordt mede bepaald door zijn rol als garnizoensstad. In het boek ‘Metropolen aan de Noordzee – 1100-1560’ wordt zelfs gememoreerd dat het vestigen van een militair steunpunt aan de stichting van onze stad heeft bijgedragen. Vreemd is het dan dat er bij het vieren van het 750-jarig bestaan van onze stad nauwelijks aandacht is besteed aan dit feit. Geen Taptoe op de Hof, geen tentoonstelling over het leven in de vele kazernes die onze stad tot voor kort telde, geen herdenkingsboek; niets!

Dat is jammer, want ons gemeentebestuur heeft defensie best wel nodig. Het is de grootste werkgever in onze stad en een niet te verwaarlozen grootgrondbezitter. Wanneer we een Westtangent willen ontwikkelen, komen we nauwelijks uit zonder de medewerking van Defensie. En eind dit jaar stoot Defensie de leegstaande kazerne aan de Hogeweg af. Heeft ons gemeentebestuur al eens met Defensie of Domeinen, de nieuwe eigenaar, gesproken over de toekomst van dit terrein.

Ons gemeentebestuur zal contacten met Defensie waarschijnlijk niet ‘sexy’ vinden. Anders had het wel, net als gemeentebesturen van andere garnizoenssteden, een brief gestuurd naar Den Haag om zorg te uiten over mogelijk verlies aan arbeidsplaatsen als gevolg van de ingrijpende bezuinigingsmaatregelen. Ik heb maar eens schriftelijke vragen gesteld over de al dan niet aanwezige relatie tussen ons gemeentebestuur en zijn garnizoen.

 3 juni – De hypotheekportefeuille

 Enkele jaren geleden maakte de gemeenteraad een einde aan de rol van het gemeentebestuur als hypotheekverstrekker. Het gemeentebestuur verstrekt geen nieuwe hypotheken meer aan zijn personeel, maar beheert nog wel een omvangrijke hypotheekportefeuille die in het verleden is opgebouwd. Deze omvatte ultimo 2010 1.832 leningen met een gezamenlijke waarde van circa € 157,8 miljoen (ongeveer evenveel als de ‘doorleningen’ uit het verleden aan de woningcorporaties). 

Tijdens de behandeling van de bezuinigingsnota heeft de fractie van Amersfoort Anders (Groep Van Vliet) het College verzocht om te onderzoeken of het deze portefeuille met een boekwinst kan privatiseren. Simpel gesteld: financiële instellingen kunnen goedkoop geld aantrekken, de hypotheekportefeuille is gevarieerd in aangegane renteverplichtingen en is in zijn samenstelling solide (in hoofdzaak ambtenaren). Bij privatiseren kan de gemeente de tegenleningen bij de BNG aflossen. Hierbij kan een boekwinst voor de gemeente ontstaan. 

Het College heeft het voorstel van Amersfoort Anders op meest lullige wijze afgedaan: ‘hebben we al onderzocht, levert niets op’. Enige onderbouwing of motivatie ontbrak bij dit antwoord. Hoe dit is onderzocht, is dit door een onafhankelijke partij is gedaan en is daarbij de bancaire kennis van externe partijen gebruikt, dat is niet duidelijk. Via schriftelijke vragen heb ik het college verzocht toe te lichten hoe het onderzoek waarnaar het verwijst heeft plaatsgevonden, wanneer dat was en of het door een onafhankelijke partij is uitgevoerd. En ik heb gevraagd of ik het onderzoeksrapport mag inzien, inclusief de geformuleerde opdracht daarvoor en de conclusies.

 2 juni – Staken van de stemmen

 De behandeling van de bezuinigingsnota is een van de hoogtepunten in de lopende raadsperiode. Het gaat om ingrepen die de portemonnee van veel stadsburgers treft of die de kwaliteit van de stad en zijn activiteiten raken. Daar moet je als raadslid bij zijn, al is het maar omdat elke stem telt.

Dat laatste blijkt ook wel: zes keer staakten de stemmen: bij de motie ‘schrappen bestuurlijke processen’ waarbij de raad buiten spel wordt gezet; een motie waarin om aandacht voor de asbestproblematiek werd gevraagd; een motie over de wijkcentra (sociaal aanbesteden); een motie voor een onderzoek naar de functie van de wijkcentra voor de wijken; een motie over vouchers voor de armste in onze stad en een motie over het afschaffen van medische kosten. Misschien heb ik er nog een over het hoofd gezien.

Allemaal moties die het college ontraadde maar waar de oppositiepartijen een deel van de coalitiepartijen naast zich vond. Al deze moties zouden zijn aangenomen indien de oppositie op volle sterkte zou zijn geweest. Maar dat was dus niet het geval. De BPA, in de persoon van Hans van Wegen, had voor deze avond een vakantie geboekt en schitterde dus door afwezigheid. Onder de BPA-kiezers zullen relatief veel stemmers zijn geweest met een kleine beurs. Hans van Wegen liet deze kiezers dus mooi in de kou staan.

 1 juni – Nog meer bezuinigingen?

 De gemeenteraad heeft de bezuinigingsnota vastgesteld. Zijn we er daarmee? Ik vrees van niet. Er staan nogal wat tegenvallers te wachten die nog niet in de bezuinigingsnota zijn meegenomen. Het bestuursakkoord tussen het kabinet en de VNG is daar een voorbeeld van: 1,8 miljard euro extra bezuinigingen voor de gemeenten. En de vooruitzichten voor de onroerend-goedmarkt zijn minder rooskleurig dan enige tijd geleden werd voorspeld. Dat leidt er ongetwijfeld toe dat we nog meer op de grondexploitaties moeten gaan afschrijven. En we krijgen nog de voorjaars- en najaarsbrief van het Kabinet die er ongetwijfeld niet zo rooskleurig uit zullen zien. Voeg daarbij nog de algemene economische problemen en het risico op een aantal nieuwe tegenvallers op internationaal gebied, en de vraag is duidelijk: wat staat ons nog te wachten.

Amersfoort Anders (Groep Van Vliet) heeft bij de behandeling van de bezuinigingsnota een aantal voorstellen gedaan om op onorthodoxe wijze geld beschikbaar te krijgen. Niet via de beurs van de burgers in onze stad maar via het verkopen van gemeentelijk tafelzilver en het uit- of afstellen van onbetaalbare prestigeprojecten zoals het nieuwe zwembad aan de Hogeweg (we hebben het Sportfondsenbad nog) of het voor twintig miljoen euro groen houden van het Elisabethterrein – een wens uit betere tijden die nu niet meer betaalbaar is.

 31 mei – Schandalige afhandeling

 Er moet twintig miljoen op de gemeentebegroting worden bezuinigd. Dat treft vrijwel iedereen, de een wat meer, de ander wat minder. Het gaat in elk geval ergens over. Daar zal de gemeenteraad dus heel wat tijd aan hebben besteed, hoor ik mensen denken. Nee dus.

Dat begon al met de tientallen insprekers. Die kregen allemaal twee minuten om hun mening kenbaar te maken. Twee minuten zijn zo voorbij, zoals velen tot hun schrik bemerkten. Laat ik eerlijk zijn: van veel insprekers kende ik de argumenten al. Maar het gaat er om: hoe serieus neem je de burgers in de stad. Niet door ze slechts twee minuten te geven om zich te verzetten tegen vaak zeer forse ingrepen op hun persoonlijke leven.

En de raadsleden zelf? Die kregen vier minuten om hun mening te geven over een aantal onderdelen van de begroting. In vier minuten moest ik het standpunt van mijn fractie weergeven over (tezamen) het cultureel klimaat, de financiële positie van de stad en de belastingen. En ik kreeg nog eens vier minuten totaal voor mijn inbreng over sport, veiligheid en handhaving, algemeen bestuur en public affairs. Acht minuten stonden mij toe voor onderwijs, het stedelijke beheer en milieu. Discussie met andere partijen was niet mogelijk, er was hooguit tijd voor het stellen van enkele vragen (maar op de antwoorden kon je niet reageren) en het aankondigen van moties.

Was er sprake van een serieuze behandeling van de bezuinigingen. Neen dus! Maar de fractievoorzitters hebben deze procedure toch goedgekeurd, het Presidium heeft toch zo geadviseerd! Beide is waar en beide is – terugblikkend – dom en onjuist geweest. Uiteraard heeft de korte tijd die het college ons heeft gegeven daar een grote rol bij gespeeld. Maar we hadden ons dat niet moeten laten overkomen. Een les voor het komende najaar wanneer we de begroting, inclusief de bezuinigingen moeten bespreken en vaststellen. Dat zal in elk geval op een meer serieuze wijze moeten gebeuren.

Written by raphaelsmit

06/06/2011 at 14:30

Geplaatst in Amersfoort

Vragen bij de jaarrekening

Deze dag moet de gemeenteraad de jaarrekeningen over 2010 vaststellen. Voorafgaand aan deze vaststelling zijn 132 schriftelijke vragen binnengekomen. Al deze vragen moeten nog worden beantwoord. Je kunt je dus de vraag stellen hoe de jaarrekeningen kunnen worden goedgekeurd indien er nog zoveel open vragen zijn. Met mij zijn verschillende raadsleden van mening dat de voor vanavond geplande vaststelling uitgesteld zou moeten worden. Er zou eerst een behandeling van de vragen en antwoorden in de Ronde moeten plaatsvinden alvorens de raad een overwogen besluit tot goedkeuring kan nemen.

Ter informatie zijn hieronder tien van de 132 vragen weergegeven – de vragen die door mij zijn gesteld. Ik druk ze af om duidelijk te maken dat ons gemeentebestuur over een zeer dunne draad loopt. Er is te veel optimisme over de financiële positie waarin de stad zich bevind. Het kan ook zijn dat er met opzet een te rooskleurig beeld wordt geschapen, maar dat zou een kwalijke zaak zijn.

Ik vrees dat de tekorten waarmee het stadsbestuur de komende jaren wordt geconfronteerd, groter zijn dan momenteel wordt gesteld. Moet er dan nog meer worden bezuinigd op de zorg, het welzijn, het onderwijs, de sport, de cultuur, het ouderenbeleid, het onderhoud van de stad en noem maar op? Nee natuurlijk, de nu voorgestelde bezuinigingen gaan al veel te ver en zijn, wat mij betreft, onaanvaardbaar.

Het college zal op een andere wijze tegen de financiële positie van onze stad moeten aankijken. Dat houdt in dat er ‘tafelzilver’ van de hand wordt gedaan en prestigeprojecten zoals het zwembad aan de Hogeweg op zijn minst worden uitgesteld. De Groep Van Vliet zal daar tijdens de discussie over de begroting voor de volgende jaren op terug komen.

Hieronder het overzicht van de door mij gestelde vragen. Zoals velen van mij gewend zijn: geen nominatie voor de bondigheidsprijs, maar die zal ik toch nooit winnen!

Vraag 1

De woningproductie in Vathorst biedt een gunstiger beeld dan eerder gepresenteerd. Er zijn meer notarieel geleverde kavels dan gepland (280 in plaats van 250) en het aantal verkochte woningen in 2010 steeg met ca. 25 procent ten opzichte van het voorafgaande jaar. Prijsafspraken voor 2011 bieden voor 2011 perspectief op een verdere groei van de markt (rapport Deloitte, pagina 8). Door programmatische verschuivingen bestaan er echter zorgen voor de toekomst waarvoor de voorzieningen binnen de lopende grondexploitatie een oplossing bieden. Welke verschuivingen in de woningencategorieën hebben zich voorgedaan en hoe ziet het perspectief er voor de komende jaren uit?

Vraag 2

In het kantorenpark Podium wordt het geplande afzettempo niet gehaald. Binnen VOF Podium wordt onderzocht of de samenwerkingsvorm moet worden aangepast. Gezien de meest recente uitgifte in dit gebied blijkt al een wijziging in strategie te zijn toegepast. Op welke wijze heeft het college de raad betrokken bij het wijzigen van de eerder gekozen strategie: van ontwikkeling naar puur gronduitgifte? Wanneer wordt de raad op de hoogte gesteld van de veranderde uitgangspunten voor de samenwerking binnen VOF Podium en over de financiële consequenties, aansprakelijkheid etc die daaruit voortvloeien?

Vraag 3

In het verslag van Deloitte wordt vermeld dat de boekwaarde voor Vathorst West € 22,5 miljoen bedraagt. In andere publicaties spreekt het college steeds over een boekwaarde van circa € 20 miljoen. Hoe komt dit verschil tot stand?

Vraag 4

De gemeente geeft, aldus het accountantrapport, aan dat voor Vathorst-West wordt uitgegaan van een budgettair neutraal scenario. Dit wordt onder meer bereikt door beperking van de kavelgrootte met circa 20 procent. Indien het college al vingeroefeningen heeft gedaan betreffende de exploitatie, mede door het versoberen van eerder aan de raad gepresenteerde plannen, waarom is de raad hierover nog niet geïnformeerd?

Vraag 5

Het college gaat er, om tot een sluitende grondexploitatie van Vathorst-West te komen, van uit dat de marktpartijen hun gronden tegen de huidige boekwaarde inbrengen. Binnen de raad is de discussie over de wijze waarop Vathorst-West wordt ontwikkeld – pps of een andere constructie – uitgesteld, een raadsbesluit hierover is nog niet genomen. Op basis waarvan meent het college dat de marktpartijen bereid zijn grond in Vathorst-West tegen de huidige boekwaarde in te brengen, waar worden die gronden dan bij ingebracht en welke voorwaarden of nadere afspraken tussen het college en de betrokken marktpartijen zijn er hierover gemaakt?

Vraag 6

Bij het schetsen van een financieel perspectief binnen de Herziening van de grondexploitaties wordt geconstateerd dat er vanaf medio 2010 een stijging van de gemiddelde huizenprijs meetbaar is (pagina 7). Deze constatering wijkt af van de waarnemingen zoals de afgelopen tijd gedaan door organisaties als de NVM en het Kadaster. Hoe komt het college tot het positieve perspectief en wat zijn de consequenties wanneer niet het positieve perspectief van het college wordt gehanteerd maar de werkelijkheid zoals die zich het afgelopen half jaar heeft voorgedaan tot uitgangspunt bij de herziening van de grondexploitaties wordt genomen.

Vraag 7

Waarschijnlijk terecht merkt het college in de Herziening grondexploitaties op dat de behoefte naar bedrijfsterreinen zich richten op het midden- en lage segment, de vraag naar hoogwaardige bedrijvenparken is relatief beperkt (pagina 9). Wenst het college het bedrijvenpark Vathorst nog steeds als hoogwaardig bedrijvenpark te ontwikkelen (zoals tot nog toe steeds gepresenteerd aan de raad), en zo ja, leidt dit er toe dat recente verwachtingen over de uitgifte in het Vathorster bedrijvenpark in negatieve zin verder moeten worden bijgesteld?

Vraag 8

In de Herziening grondexploitaties voor 2010 verschijnt voor de eerste keer een negatief resultaat voor het Vathorster bedrijventerrein van € 0,5 miljoen NCW. Kan het college een doorkijk geven bij de ontwikkeling van dit negatieve resultaat, uitgaande van een voortgezette stagnatie in de gronduitgifte binnen dit gebied?

Vraag 9

Op pagina 23 van de Herziening grondexploitaties wordt ingegaan op de stand van zaken bij het Oliemolenkwartier. Uitgangspunt blijkt te zijn dat het gebied bestemd is voor (tijdelijke) creatieve economie, zoals ook is vastgelegd in het bestemmingsplan. Is bij de geschetste verwachting ook rekening gehouden met een functiewijziging voor een deel van het Oliemolenkwartier ten behoeve van opvangvoorzieningen?

Vraag 10

Bij het onderdeel 8.1. Strategisch Vastgoed in de Herziening grondexploitaties blijkt dat het college uitgaat van een (her)ontwikkeling van het in 2013 vrijkomende gebouw van de Bibliotheek en de verwerving van het GGD-gebouw. Welke functies denkt het college aan deze gebouwen of – bij eventuele sloop – de onderliggende grondstukken te geven, uitgaande van een stagnerende ontwikkelingsmarkt die zeker nog een aantal jaren zal voortduren?

Written by raphaelsmit

10/05/2011 at 10:11

Geplaatst in Amersfoort

Toekomst van het Eemland

Amersfoort Anders

Groep Van Vliet

Aan de voorzitter van de Gemeenteraad van Amersfoort

Overeenkomstig artikel 43 van het Reglement van Orde van de raad doe ik u onderstaande vragen aan het College van B en W toekomen:

 Bijstelling Integrale Gebiedsuitwerking Eemland 2011

 Samen met de andere gemeenten in de regio, heeft Amersfoort de Integrale Gebiedsuitwerking Eemland (IGE) bijgesteld. De bijgewerkte IGE is als proactieve bijdrage ingebracht bij het provinciaal bestuur, als bouwsteen voor de nieuwe ruimtelijke structuurvisie van de provincie. Door middel van een Raadsinformatiebrief (2011-30) is de gemeenteraad over de bijgewerkte IGE geïnformeerd. Het bijgestelde beleid is niet ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd omdat deze naar de mening van het college geen nieuw beleid bevat. Bij lezing van het concept voor de bijstelling 2011 van de IGE zijn echter punten op te merken die tot onderstaande vragen leiden..

 Vraag 1

Volgens de regiogemeenten kan circa 1.500 ha van de nieuw te realiseren Ecologische Hoofdstructuur (EHS) worden geschrapt omdat deze niet van cruciaal belang zijn voor het duurzaam functioneren van de EHS (pagina 10). Om welke 1.500 ha gaat het hierbij en waarom zijn deze niet meer van cruciaal belang?

 Vraag 2

Volgens de regiogemeenten mogen de provinciale plannen  geen gewenste ontwikkelingen op het gebied van Natuur en Landschap blokkeren. Een van die gewenste ontwikkelingen betreft de inrichting van de Wespentaille tussen Bunschoten en Vathorst (pagina 10). Welke gewenste inrichting betreft dit en is deze al door de gemeenteraad van Amersfoort vastgesteld?

 Vraag 3

Voor de overheveling van de bouwopgave van 15.000 woningen vanuit het Utrechtse Structuurgebied naar Almere is de tot standkoming van een HOV-verbinding tussen Amersfoort en Almere een voorwaarde (pagina 13). Wat zijn de consequenties voor de bouwopgave in het Eemland indien de provincie de gewenste HOV-verbinding niet of in onvoldoende mate in het provinciaal structuurplan opneemt?

 Vraag 4

In de bijgestelde IGE is een geactualiseerd overzicht gegeven van de noodzakelijke woningproductie in het Eemland tot het jaar 2030 (pagina 15). Uit de cijfers blijkt  dat er, op basis van de tot nog toe berekende plancapaciteit, in het Eemland tot 2030 een tekort aan bouwplannen is van 3.072 woningen. Dit aantal is beduidend hoger dan eerdere getallen van ca 600 woningen tekort. Waar denkt het college dat binnen de regio deze ruim 3.000 woningen moeten worden gerealiseerd?

 Vraag 5

In de bouwplannen, zoals weergegeven op pagina 15 van de bijstelling, wordt gedurende de periode van 2020 tot  2025 voor Amersfoort uitgegaan van de bouw van 2.120 woningen in de uitleggebieden. Dit betreft de woningbouw in Vathorst-West. Voor de periode 2025 tot 2030 is geen capaciteit meer aanwezig. In de conclusies op pagina 17wordt gesproken over 3.000 woningen in Vathorst-West. Welk van deze twee genoemde getallen is de juiste en, indien 3.000 woningen het uitgangspunt is, wanneer worden de resterende 880 woningen gerealiseerd?

 Vraag 6

Een aantal binnenstedelijke projecten, zoals de Kop van Isselt, de Wagenwerkplaats en het project Hogeweg, kan slechts worden gerealiseerd indien de provincie deze (en mogelijk andere, niet genoemde) projecten financieel ondersteunt (pagina 17). Wat zijn de gevolgen voor deze binnenstedelijke uitbreidingen indien de provincie niet tot medefinanciering van deze projecten in staat of bereid is?

 Vraag 7

De regio Amersfoort is ambitieus, aldus de bijgestelde IGE. Om haar ambities waar te maken wordt er gestreefd naar 2.000 tot 3.000 extra banen per jaar (pagina 18). Op dezelfde pagina schrijven de regiogemeenten dat zij strategische allianties willen aangaan met de gemeenten Barneveld en Nijkerk. Deze gemeenten hebben, zo wordt vermeld, zich in principe bereid  getoond om een eventuele overloop uit de Regio Amersfoort te faciliteren. Barneveld is voornemens nog 72 ha bedrijfsterrein in Harselaar-Zuid te ontwikkelen en Nijkerk ontwikkelt onder meer 27 ha bedrijfsterrein in De Flier. De twee Gelderse gemeente ontwikkelen zich hiermee tot concurrenten voor de afzet van bedrijfsterreinen zoals in Vathorst en De Wieken. Hoe rijmt het college de ambities om enerzijds 2.000 tot 3.000 extra banen per jaar binnen de eigen regio te ontwikkelen en gelijktijdig strategische allianties aan te gaan voor de overloop van werkgelegenheid naar de twee Gelderse – concurrerende – gemeenten?

 Vraag 8

Bovenstaande vragen, naar voren gekomen bij eerste lezing van de bijgestelde IGE, plaatsen de opmerking in de RIB ‘De Bijstelling IGE bevat geen nieuw beleid’ wel in een bijzonder licht. Is het college bereid om met de gemeenteraad over de Bijstelling IGE in discussie te gaan alvorens deze aan het provinciaal bestuur wordt toegezonden?

 Raphaël Smit, Gerard van Vliet, Onno Roelé

(fractie Groep Van Vliet)

Written by raphaelsmit

03/05/2011 at 09:36

Geplaatst in Amersfoort

Amersfoort Anders

Groep van Vliet

 Persbericht

Amersfoort, 2 mei 2011

 Opvang naast Eemplein: onzalig plan

Het voorstel van het College van B en W om naast het Eemplein een opvang voor dak- en thuislozen te openen, is een dom idee . Het getuigt van weinig visie en moet vooral worden gezien als paniekvoetbal.

 Al enkele jaren ligt het gebied tussen het nieuwe gebouw van de Hoge School Utrecht en Zandvoort aan de Eem grotendeels braak. De gemeenteraad heeft enkele jaren geleden het idee ondersteund om op deze plek de komende tien tot vijftien jaar ruimte te geven aan nieuwe bedrijven, vooral in de creatieve sfeer: de Creatieve Stad’. Gezien de tijdelijkheid van deze bestemming is de grondprijs laag gehouden; pas nadat definitieve plannen voor dit gebied bekend zijn wordt een sluitende grondexploitatie gepresenteerd.

 De eerste plannen voor de nieuwe creatieve stad naast het nieuwe Eemlein en de Hoge School gaan binnenkort van start. Het is een gebied dat verschillende stedelijke functies verbindt: de hogeschool, het nieuwe winkelcentrum, studentenhuisvesting, culturele functies zoals de Popkelder en de creatieve bedrijven aan de Kleine Koppel. Een nieuw stukje stad dus waar recreatie, educatie en creativiteit elkaar moeten versterken.

 In een dergelijke omgeving past naar de mening van Amersfoort Anders geen dag- en nachtopvang voor alcoholisten en daklozen. Dat het college de opvang aan de Leusderweg niet verder wil ontwikkelen, is toe te juichen. Bij het vinden van een nieuwe opvanglocatie is de keuze van het college echter te kort door de bocht. Een openbare zoektocht, gebaseerd op duidelijke uitgangspunten, is het minste dat de stad van een verstandig gemeentebestuur mag verwachten.

 Het argument van de lage grondkosten bij het voorstel tot vestiging van een gecombineerde opvangvoorziening naast het Eemplein is een drogredenering. De raad heeft in het verleden ingestemd met de – voorlopige – lage grondkosten in het Oliemolenkwartier om daarmee nieuwe, creatieve bedrijvigheid een kans te geven. Het college voert ook de zoektocht naar opvanglocaties uit 2008 op als vestigingsargument. Op basis van de toen gehanteerde criteria is juist niét voor een locatie in het Oliemolenkwartier besloten. Waarom deze locatie – waar intussen allerlei andersoortige initiatieven op gang zijn gekomen – ineens wél geschikt zou zijn, is door het college niet duidelijk gemaakt.

 Amersfoort Anders (Groep van Vliet) dringt er daarom bij het college op aan het voorstel voor het geplande zorgcentrum terug te nemen. Eerst nadenken en een open discussie voeren is beter dan het droppen van plannen die de toets der kritiek niet kunnen doorstaan.

 Amersfoort Anders (Groep van Vliet)

Written by raphaelsmit

02/05/2011 at 17:00

Geplaatst in Amersfoort

Betere dienstverlening door dependance in Noord

Vrijdag 18 maart 2011

Amersfoort-Noord telt zo’n 53.000 inwoners: ca. 12.000 in Kattenbroek, ca. 15.000 in Nieuwland en ca. 16.000 in Vathorst, inclusief Hooglanderveen en ca. 10.000 in Hoogland. Dit aantal zal nog groeien tot bijna 70.000. Voor de gemeentelijke dienstverlening zijn inwoners uit Amersfoort-Noord aangewezen op het stadhuis. De afstand en bereikbaarheid van het stadhuis is vanuit Amersfoort-Noord verre van optimaal.

Reden voor de fractie ‘Groep van Vliet’ om er voor te pleiten dat in het noordelijke deel van de stad een dependance van het stadhuis wordt ingericht. Daarbij kan worden gedacht aan een locatie in de omgeving van de afrit Amersfoort-Noord aan de A1. Deze plek is goed te bereiken voor fietsers, automobilisten en het openbaar vervoer. Een geëigende plek daarvoor zou bijvoorbeeld het nog onbebouwde terrein in de omgeving van rotonde 1 in de Vathorster boulevard kunnen zijn.

De gemeente hoeft hiervoor geen kostbaar eigen gebouw neer te zetten. Een dependance kan bijvoorbeeld in een – zo nodig te huren – deel van een nog te ontwikkelen kantoorlocatie zijn. Een alternatief is het Vathorster informatiecentrum, nadat de huidige functie niet meer actueel is. Waarschijnlijk is daar enige aanbouw noodzakelijk, maar daarvoor is voldoende ruimte aanwezig. De nu al aanwezige maquette zou daar als informatiepunt gehandhaafd kunnen worden.

Natuurlijk realiseert iedereen zich dat, gezien de huidige financiële situatie binnen de gemeente, een spoedige realisatie van een dependance niet direct voor de hand ligt. Toch zou het een goede zaak zijn als het gemeentebestuur tijdig een besluit neemt. Is dat besluit eenmaal genomen, dan is het mogelijk om voor een termijn van over zo’n vijf jaar al ruimtelijke en financiële reserveringen te plegen. Regeren is vooruit zien.

Reden voor mij om via schriftelijke vragen aan het college deze zaak aanhangig te maken. Ik heb daarin gevraagd om, als het college onze gedachte steunt, in de loop van 2011 het idee uit te werken en met een voorstel aan de raad te komen.

Written by raphaelsmit

20/03/2011 at 17:50

Geplaatst in Amersfoort

Van Wegen krijgt hulp van psychopaat

17 maart 2011

Afgelopen weekend bezorgde de post mij een vreemdsoortige brief. In een ‘anonieme’ envelop vond ik een raar schrijfsel. De brief bevatte geen briefhoofd en was niet ondertekend. De tekst van de brief, gericht aan ‘de groep en/of de lijst Van Vliet’ en geadresseerd op mijn adres, was op ongewone wijze geschreven zonder leestekens. Dat leverde het volgende beeld op

op verzoek van cliënt het volgende

het is u bekend dat er op het ogenblik binnen Amersfoort het nodige speelt

cliënt heeft mij verzocht u informeel op de hoogte te stellen dat cliënt overweegt een procedure Laster-Smaad te starten tegen Van Vliet en/of de groep en/of de lijst Van Vliet

mocht u op dat moment onderdeel uitmaken van deze groep en/of de lijst Van Vliet dan overweegt cliënt u daarin ook te betrekken

cliënt heeft mij verzocht u daarvan informeel op de hoogte te stellen

 Een psychisch gestoorde dus, of in elk geval iemand uit de omgeving van Hans van Wegen, er van uitgaande dat hij de betreffende cliënt is. Met het hanteren van de term cliënt wordt de indruk gewekt dat ik te maken heb met een officieel iemand, een rechtsadviseur of zo iets. Maar zo iemand handelt niet anoniem, ondertekent brieven en gebruikt firma-eigen briefpapier en schrijft niet in een schreefloos Arial Unicode corps 14. Dus hebben we hier te maken met een psychopaat.

 Ik wacht met hoopvolle gevoelens het aangekondigde proces wegens smaad af. Het doen van aangifte over mogelijke overtreding van regels kan ik moeilijk als ‘smaad’ opvatten. En dat deze aangifte openbaar is geworden, kan mij moeilijk worden aangerekend en is op zichzelf ook niet strafbaar. Uiteraard wil ik een Officier van Justitie graag de zaak toelichten: wat de reden is van de aangifte, de rol van ‘cliënt’ daarin en wat er daarna allemaal heeft plaatsgevonden. Vol verwachting klopt mijn hart!

Written by raphaelsmit

17/03/2011 at 12:57

Geplaatst in Amersfoort